Stappenplan ontwikkelen WMO dorpssteunpunt Bakkeveen

Ontwikkelen dorpssteunpunten Opsterland

Stappenplan

Beetsterzwaag

26 juli 2007

Gemeente Opsterland

Timpaan | Welzijn

Jacob Ottens

Willie Oldengarm

Jos Allersma

1. Inleiding

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) geeft de gemeente Opsterland taken op het gebied van leefbaarheid, het verstrekken van informatie en advies, het realiseren van collectieve voorzieningen en het verstrekken van individuele voorzieningen. Als spil in de uitvoering van de Wmo heeft de Gemeente Opsterland het Informatiepunt Wmo opgericht. Het Informatiepunt Wmo heeft loketten in Beetsterzwaag, Gorredijk en Ureterp. De Wmo gaat er vanuit dat ondersteunende activiteiten beter tot hun recht komen als ze worden uitgevoerd onder regie van de gemeentelijke overheid. De gemeente kent de locale situatie het beste.

Om nog beter aan te sluiten bij de locale praktijk, wil de Gemeente Opsterland graag in elk dorp een dorpssteunpunt realiseren. Hoe een dorpssteunpunt eruit ziet, staat niet van tevoren vast, maar wordt in overleg met het dorp bepaald. De vorm hangt mede af van de wensen die leven in het dorp. Het dorpssteunpunt moet zowel voor het dorp als voor de gemeente iets opleveren. In vrijwel elk dorp zijn al activiteiten, initiatieven, overlegsituaties, etc. Het dorpssteunpunt vervangt deze bestaande structuren niet, maar borduurt erop voort, maakt ze onderdeel van het dorpssteunpunt en vult waar nodig aan. Een dorpssteunpunt kan bijvoorbeeld bestaan uit (een combinatie van): een coördinator, een groep vrijwilligers, een loket met een spreekuur, een ontmoetingsruimte, etc.

Er zijn vier functies die de Gemeente Opsterland in ieder geval in het dorpssteunpunt gerealiseerd zou willen zien:

a. het (zo vroeg mogelijk) signaleren als er inwoners in het dorp zijn die moeite hebben om zichzelf te redden of moeite hebben met het meedoen in de maatschappij;

b. het signaleren als er knelpunten zijn in voorzieningen in het dorp of als voorzieningen ontbreken;

c. ervoor zorgen dat gesignaleerde problemen adequaat worden opgepakt, door:

? het dorp zelf;

? de verbinding met het Informatiepunt Wmo;

d. het activeren van de inwoners van het dorp, onder wie zeker ook jongeren, ouderen en mensen met een beperking of sociale achterstand, als vrijwilliger.

Als het goed is, vergroot het dorpssteunpunt de sociale samenhang in het dorp en vormt het dorpssteunpunt tegelijkertijd een aanvulling op (de ogen en oren van) het Informatiepunt Wmo.

Om goed te kunnen functioneren is het dorpssteunpunt:

? onafhankelijk;

? laagdrempelig;

? vertrouwenwekkend;

? zich bewust van de eigen positie en rol;

? bekend met de werkzaamheden van het Informatiepunt Wmo.

De dorpssteunpunten sluiten aan bij het in 2002 door de Gemeente Opsterland gestarte dorpenbeleid, gericht op een goede leefbaarheid in de dorpen. De dorpssteunpunten passen tevens in het voornemen van de Gemeente Opsterland om te komen tot zogenaamde woonzorgzones. Deze woonzorgzones zijn er op gericht om de voorwaarden te scheppen die ervoor zorgen dat mensen zo lang mogelijk kunnen blijven wonen in de vertrouwde woonomgeving, ook als ze ondersteuning of zorg nodig hebben.

2. Betrokken partijen

In het traject dorpssteunpunten zijn diverse partijen actief die elk een eigen rol spelen. Drie belangrijke partijen worden onderstaand benoemd.

Werkgroep Dorpssteunpunt (per dorp)

De werkgroep doet het merendeel van het uitvoerende werk: inventariseren, rapporteren, stukken schrijven, draagvlak creëren in het dorp, overleggen met externe partijen (met als aandachtpunt hetgeen is vermeld in hoofdstuk 6 onder ?coördinatie?), zorgdragen voor besluitvorming in het dorp. De werkgroep kiest uit haar midden een voorzitter en een notulist. De werkgroep is verantwoordelijk voor het slagen van het traject in hun dorp.

Procesondersteuner vanuit gemeente of Timpaan Welzijn

De Gemeente Opsterland levert een procesondersteuner die het dorp (de Werkgroep Dorpssteunpunt) helpt bij het opzetten van het dorpssteunpunt. De procesondersteuner heeft twee rollen:

1. De procesondersteuner ondersteunt de Werkgroep Dorpssteunpunt bij het uitvoeren van de stappen die leiden tot de realisatie van het dorpssteunpunt. Afhankelijk van wat de werkgroep kan en wil, kan de procesondersteuner voor de werkgroep bijvoorbeeld ook de stukken schrijven, waarbij de werkgroep wel verantwoordelijk blijft voor de inhoud. De procesondersteuner zal in de praktijk vaak de voorzitter van de werkgroep ondersteunen bij het trekken van het traject.

2. De procesondersteuner is de verbinding tussen het dorp en de gemeente voor het onderwerp dorpssteunpunt. Deze rol komt bijvoorbeeld naar voren als het gaat om het aanvragen van faciliteiten voor het dorpssteunpunt. Ook brengt de procesondersteuner de wensen van de gemeente (de vier functies op pagina 2) in in het traject.

Adviseur Informatiepunt Wmo

De adviseur van het Informatiepunt Wmo die verantwoordelijk is voor de regio (de zogenaamde woonzorgzone) waar het dorp zich in bevindt, is op eigen verzoek, op verzoek van de werkgroep of op verzoek van de procesondersteuner betrokken bij onderdelen van het traject dorpssteunpunten. Als het dorpssteunpunt eenmaal van start is gegaan, is de adviseur dé verbinding tussen het dorpssteunpunt en het Informatiepunt Wmo. Daarom is het belangrijk dat de adviseur kan meedenken in het ontwikkelingstraject en alvast een aantal mensen in het dorp leert kennen. De adviseur brengt tevens kennis in, bijvoorbeeld over mogelijke voorzieningen, over wet- en regelgeving en over de Wmo in het algemeen.

3. Aanpak

Om het inrichten van de dorpssteunpunten op een degelijke manier te doen, worden bij de realisatie de onderstaande stappen gevolgd. De stappen zijn zoveel mogelijk apart benoemd, waardoor het er in totaal 21 zijn geworden. Misschien lijkt het traject daardoor heel erg zwaar, echter in de praktijk wordt de invulling mede door het dorp zelf bepaald en zal de precieze invulling van de stappen per dorp verschillen. Soms kunnen stappen ook worden samengevoegd.

Onderstaand worden de stappen genoemd. De stappen zijn gebundeld in zeven fasen. Per fase is tevens het gewenste resultaat benoemd.

Fase I. Initiëren

Stappen

1. Toelichten idee dorpssteunpunt aan vertegenwoordigers van het dorp.

2. Inventariseren belangrijke organisaties en sleutelfiguren in het dorp.

3. Samenstellen werkgroep (waarin verschillende groepen uit het dorp vertegenwoordigd zijn).

4. Maken werkafspraken met de werkgroep.

(tevens in deze fase belangrijk om de inwoners van het dorp te informeren én aanbevolen om in deze fase een startbijeenkomst te organiseren)

Resultaat

? Er is een groep mensen in het dorp (?werkgroep dorpssteunpunt?) die mee wil denken en werken aan de ontwikkeling van het dorpssteunpunt.

? De werkgroep herkent en erkent de achterliggende gedachte van het dorpssteunpunt.

? Er is duidelijkheid bij de werkgroep en bij andere betrokkenen over het traject dorpssteunpunten en over de rollen en taken van partijen in het traject.

Fase II. Ontwikkelen

Stappen

5. Verkennen van verschillende modellen om een dorpssteunpunt vorm te geven.

6. Inventariseren bestaande activiteiten, structuren, knelpunten, wensen in het dorp.

7. Opstellen Programma van Eisen voor het dorpssteunpunt.

8. Snelle oplossingen voor knelpunten direct uitvoeren.

9. Voorlopige keuze maken voor het inrichten van het dorpssteunpunt.

10. Vaststellen van de benodigde faciliteiten.

11. Opstellen ?schetsontwerp? voor het inrichten dorpssteunpunt.

Resultaat

? Er is een plan op hoofdlijnen (schetsontwerp) voor het inrichten van het dorpssteunpunt.

? Het is duidelijk wat nodig is om dat plan te realiseren.

? Eenvoudig op te lossen knelpunten worden direct aangepakt.

Fase III. Toetsen

Stappen

12. Toetsen draagvlak bij inwoners dorp voor plan op hoofdlijnen.

13. Toetsen draagvlak bij gemeente voor plan op hoofdlijnen.

14. Toetsen draagvlak bij andere betrokken partijen voor plan op hoofdlijnen.

Resultaat

? Het is bekend wat betrokken partijen vinden van het plan op hoofdlijnen en er is draagvlak voor de wijze van inrichten van het dorpssteunpunt bij betrokken partijen.

Fase IV. Uitwerken

Stappen

15. Aanscherpen schetsontwerp tot concept-ontwerp op basis van de aangeleverde informatie van betrokken partijen.

16. Vertalen van het concept-ontwerp in acties (implementatieplan).

Resultaat:

? Het ontwerp voor het dorpssteunpunt is aangepast en verbeterd.

? Het is duidelijk wat er moet gebeuren om het dorpssteunpunt in te voeren.

Fase V. Besluiten

Stappen

17. Vaststellen ontwerp dorpssteunpunt en implementatieplan door inwoners van het dorp, de gemeente en de andere betrokkenen.

Resultaat

? Het ontwerp voor het dorpssteunpunt en het implementatieplan zijn vastgesteld.

Fase VI. Implementeren

Stappen

18. Uitwerken acties van het implementatieplan.

Resultaat

? Het dorpssteunpunt is klaar om van start te gaan.

Fase VII. Starten, doorontwikkelen en borgen

Stappen

19. Beginnen met de uitvoering

20. (Tussentijds) evalueren en bijsturen

21. (Eind) evalueren en borgen

Resultaat

? Het dorpssteunpunt werkt in de praktijk, sluit goed aan bij de uitgangspunten, wordt doorlopend verbeterd en is toekomstbestendig.

4. Planning

Drie tranches

De realisatie van de dorpssteunpunten zal plaatsvinden in drie zogenaamde ?tranches?. Op de vraag van de Gemeente Opsterland wie zou willen deelnemen als ?pilot?, hebben 7 dorpen positief gereageerd. Van die 7 aanmeldingen zullen 4 dorpen daadwerkelijk onderdeel uitmaken van de pilot-groep. De pilot-groep vormt de eerste tranche die start september 2007. De overige 3 dorpen die zich hebben aangemeld, starten op eigen verzoek in januari 2008 en vormen daarmee de tweede tranche. De resterende dorpen vallen in de derde tranche. Met de dorpen in de derde tranche is nog geen contact geweest over het dorpssteunpunt. De start van deze dorpen met het traject in september 2008, zoals in de tijdplanning staat, is dan ook onder voorbehoud van medewerking van de betreffende dorpen.

Dorp Woonzorgzone 1e tranche 2e tranche 3e tranche

Beetsterzwaag* Beetsterzwaag x

Nij Beets Beetsterzwaag x

Olterterp Beetsterzwaag x

Gorredijk* Gorredijk x

Hemrik Gorredijk x

Jonkerslân Gorredijk x

Langezwaag Gorredijk x

Lippenhuizen Gorredijk x

Luxwoude Gorredijk x

Terwispel Gorredijk x

Tijnje Gorredijk x

Bakkeveen Ureterp x

Frieschepalen Ureterp x

Siegerswoude Ureterp x

Ureterp* Ureterp x

Wijnjewoude Ureterp x

* gezien de opening van de Informatiepunten Wmo in deze drie grotere dorpen, ligt de prioriteit voor het realiseren van dorpssteunpunten eerst bij de kleinere dorpen

Tijdplanning

Globaal zal de realisatie van de dorpssteunpunten er in de tijd als volgt uitzien.

Fase 1e tranche 2e tranche 3e tranche

Starten traject 1 juli 2007 1 januari 2008 1 september 2008

I. Initiëren juli – sept. 2007 jan. 2008 sept. 2008

II. Ontwikkelen okt. – nov. 2007 feb. ? maart 2008 okt. – nov. 2008

III. Toetsen dec. 2007 april 2008 dec. 2008

IV. Uitwerken jan. 2008 mei 2008 jan. 2009

V. Besluiten feb. 2008 juni 2008 feb. 2009

VI. Implementeren feb. – mei 2008 juni ? okt. 2008 feb. – mei 2009

Starten dorpssteunpunt 31 mei 2008 31 oktober 2008 31 mei 2009

VII. Doorontwikkelen, borgen juni – nov. 2008 okt. 2008 ? mrt. 2009 juni – nov. 2009

Dit is de ?planning-volgens-het-boekje?. De planning kan worden aangepast als dat beter bij het dorp past. Ook kan het zijn dat eerst met een deel van de functies wordt gestart en dat later een uitbreiding van het dorpssteunpunt plaatsvindt (een groeimodel). Verder hoeft niet met alle (verbeter)acties te worden gewacht totdat álle voorbereidingen klaar zijn. Sommige snel te realiseren (verbeter)acties kunnen vooruitlopend op de start van het dorpssteunpunt al worden doorgevoerd (zie ook stap 8: snelle oplossingen).

5. Communicatie, coördinatie en interactie

Communicatie

Naast de in het stappenplan opgenomen momenten waarop wordt gecommuniceerd met partijen, wordt ook tussentijds aan betrokkenen informatie verstrekt over de plannen voor en de voortgang van de realisatie van het dorpssteunpunt. Dit geldt zowel voor de communicatie over het traject binnen een bepaald dorp (door de werkgroep), als overstijgend over het traject dorpssteunpunten in zijn geheel (door de gemeente).

Coördinatie

Om te voorkomen dat betrokken partijen zoals aanbieders van zorg en welzijn en woningcorporaties zestien keer in gesprek moeten over hun mogelijke bijdrage aan de leefbaarheid in dat ene dorp, is er op gemeentelijk niveau contact met betrokken organisaties over het initiatief van om te komen tot dorpssteunpunten.

Leren van elkaar

Het werken in drie tranches is een gevolg van de planningswensen van de deelnemende dorpen en van de beschikbare ondersteuning bij de gemeente. Deze fasering biedt tegelijkertijd mogelijkheden om latere deelnemers te laten leren van de ervaringen van voorlopers. Daarnaast kunnen ook dorpen binnen dezelfde tranche van elkaar leren en gezamenlijk activiteiten oppakken.

Mogelijkheden:

? netwerkbijeenkomsten van betrokken inwoners van verschillende dorpen (zoals werkgroepleden) gedurende het opstarten van de dorpssteunpunten;

? eind 2007 een bijeenkomst organiseren waar de pilot-dorpen hun voortgang presenteren aan de dorpen die starten in de 2e en 3e tranche;

? doorontwikkelen van gebruikte instrumenten (checklist, P.R.-materiaal) van de voorlopers om in de latere trajecten te gebruiken;

? aanpassen van dit stappenplan na de vier pilots, door het toevoegen van de ervaringen van de voorlopers;

? gezamenlijk oppakken van praktische activiteiten (bijvoorbeeld scholing van vrijwilligers);

? netwerkbijeenkomsten van betrokken inwoners van de verschillende dorpen na de start van het dorpssteunpunt, bijvoorbeeld thema-gewijze bijeenkomsten onder leiding van het Informatiepunt Wmo.

Geplaatst in: WMO

Geef een reactie